Distale bicepspees ruptuur

Pathofysiologie

Een relatief weinig voorkomende blessure is een scheur van de biceps. Maar bij het trainen van
kracht of tijdens een opvang reactie van een zwaar object kan de biceps gedeeltelijk of volledig
scheuren. Een scheur of gedeeltelijke scheur noemen we een ruptuur. De bicep spier hecht aan op de
onderarm en aan de schouder aan met een pees. Wanneer er een (gedeeltelijke) scheur in de
biceppees zit aan de kant van de elleboog noemen we dit een distale biceppees ruptuur. Het
merendeel van deze rupturen treedt op in de dominante extremiteit van mannelijke patiënten
tussen de dertig en zestig jaar oud. Mensen die roken hebben 7,5 keer meer kans op deze blessure.

Diagnostisch proces

Tijdens het ontstaansmoment van de klachten kan er een duidelijke pop of klik gehoord worden.
Daarnaast zal er na het moment een zwelling of blauwkleuring kunnen ontstaan in de elleboogholte.
Mensen die last hebben van een distale peesruptuur kunnen te maken hebben met verminderd
kracht en/ of het onvermogen om de arm te buigen. Tijdens het onderzoek zal de fysiotherapeut
kijken of de aanhechting van de pees nog intact is. Eerst wordt er gekeken naar enige zwelling of
blauwkleuring, daarna naar het zogenoemde ‘reversed popeye sign’. Hierbij wordt er gekeken of de
spierbal naar boven verschoven is. Daarnaast wordt er met een’ hooktest’ gekeken of de pees nog
vast zit aan zijn aanhechting. Hierbij wordt de arm een stuk gebogen en word er met de vinger in de
elleboogplooi gekeken of er achter de pees ‘gehaakt’ kan worden. Mocht dit niet kunnen dan is de
kans dat er een ruptuur aanwezig is groter.
Nadat tijdens gesprek en lichamelijk onderzoek vastgesteld is dat er een grote kans is op een distale
biceppees ruptuur is het nodig om de patient in te sturen voor aanvullend beeldonderzoek. In de
eerstelijn praktijk of in het ziekenhuis kunnen ze een echo maken om het letsel vast te stellen.
Wanneer een echo onvoldoende inzicht geeft in de ernst van het letsel of als er gekozen wordt voor
operatief ingrijpen zal er aanvullend een MRI plaatsvinden.

Behandelmogelijkheden

  • conservatief
    Patiënten die met name zittend beroep hebben en weinig activiteiten ondernemen (ofwel geen
    kracht en uithoudingsvermogen in het buigen en draaien van de arm) of patiënten die door medische
    redenen niet voor een operatieve ingreep in aanmerking komen, worden niet-operatief behandeld.
    De revalidatie bestaat dan uit tijdelijke immobilisatie door gips of een brace in combinatie met
    pijnbestrijding. Na het einde van de immobilisatie periode wordt er gestart met fysiotherapie. Hierbij
    is het eerste doel dat de beweeglijkheid van de arm zo goed mogelijk is waarna er gestart wordt met
    het opbouwen van belasting.

    Een periode van immobilisatie kan helaas stijfheid van de elleboog tot gevolg hebben. Om dit
    verbeterd te krijgen is er intensieve traject van fysiotherapie nodig. Daarnaast is er in de eerste
    periode na immobilisatie een kans op opnieuw scheuren van de pees omdat het weefsel minder
    belastbaar is. Dagelijks leven en activiteiten moeten op een rustig niveau hervat en opgebouwd
    worden.
  • operatief
    Een andere behandel optie is operatief ingrijpen. Hier wordt tijdens de operatie de pees, die al dan
    niet terug getrokken is, weer opnieuw vast gezet bij de onderarm. Om dit voor elkaar te krijgen wordt er vaak gebruik gemaakt van een schroef of plug. Risico’s bij de operatie zijn de kans op
    blijvende stijfheid, infectie en zenuwschade met tijdelijke maar ook blijvende verminderde functie en
    of gevoel van de onderarm of hand. Na de operatie volgt er een traject van fysiotherapie waarbij er
    eerst gefocust wordt op beweeglijkheid en dan rustig belasting opgebouwd wordt. Tijdens het
    herstel is er altijd kans op een herruptuur van de pees.

Welke behandelaren/ disciplines zouden bij behandeling betrokken kunnen worden

  • ( 1 e lijn) Fysiotherapeut/ Ergotherapeut (brace voor immobilisatie)
  • ( 2 e lijn) orthopeed